Piero Bisello
In openlucht: drie kunstprojecten in de openbare ruimte

01.11

Drie kunstprojecten in de openbare ruimte verbinden de ver uit elkaar gelegen landen Zwitserland, België en Japan. De projecten hebben een aantal dingen gemeen, in de eerste plaats het materiaal waaruit ze zijn opgetrokken: een prikbord in de open lucht gevestigd tegen een ondiep raam dat uitgeeft op de straat. Iets minder zichtbaar is dat ze onderdeel zijn van een nogal specifieke scène die ik aan het eind van deze tekst beschrijf. De drie werken brengen een kunstervaring te weeg die te genieten is zowel door ingewijden als door nietsvermoedende voorbijgangers.

Een Amerikaanse fabrikant van prikborden maakt reclame voor de borden die perfect geschikt zijn voor residentiële wooncomplexen en waar huiseigenaars en huurders dingen kunnen plaatsen die door anderen gezien moeten worden. Elk van de drie projecten staat in een vergelijkbaar landschap: de bebouwde kom, de stedelijke publieke ruimte waar mensen dicht op elkaar wonen of elkaar passeren bij het pendelen.

Kunst wordt al langer in de openbare ruimte getoond dan in privé vertrekken. Rotstekeningen werden waarschijnlijk aangebracht in grotten die voor iedereen toegankelijk waren zodat de hele gemeenschap ze kon zien, net als de kunst aangebracht op de buitenkant van religieuze en leken architectuur die eveneens voor iedereen te zien was. Kunst was vaker wel dan niet buiten iemands privé muren te zien. In dit opzicht zijn de drie hier besproken kunstprojecten niets nieuws en dat pretenderen ze ook niet te zijn. Integendeel, ze spelen in op een reeds lang bestaande behoefte om kunst uit studio's en bureaus van critici te halen en in de openbare ruimte te brengen waar iedereen ze kan zien, een verlangen dat al minstens sinds de moderniteit wordt verkend, en meer recentelijk ook in digitale ruimtes.

Je zou kunnen denken dat deze drie projecten een vorm van graffiti zijn maar daar staan ze qua instelling en bedoeling ver vanaf. De projecten vertonen een zekere individuele drang om "aan de discipline te ontsnappen" en om een "recht op de stad" op te eisen, kenmerkend voor straatkunst en graffiti. Tegelijk beantwoorden deze projecten aan regels die bestaan voor kunstwerken die binnenshuis, in galerieën en kunstinstellingen worden getoond. Ze brengen wat en wie normaal gesproken elders is naar de openbare ruimte. Anderzijds blijven ze een individueel initiatief dat monumentaliteit weigert, waarbij de regels worden bepaald door de initiatiefnemers en niet door instellingen. Ze proberen de betrokkenheid van de overheid en de daaruit voortvloeiende transformatie tot officieel openbaar kunstproject te vermijden.

In de vorige eeuw vind je vele getuigenissen van individueel verlangen om kunst die gemaakt is voor binnen, buiten te tonen. Hoewel niet echt gecureerd en geprogrammeerd in de hedendaagse betekenis van het woord en vaak gedreven door de eigen noden van kunstenaars, zijn openlucht tentoonstellingen zoals de Washington Square tentoonstelling in New York - opgericht in de jaren `30 en gericht op de schilderkunst, kunstenaars als Alice Neel en Willem de Kooning zouden er aan deel genomen hebben- een mooi voorbeeld hiervan. Het 20e eeuwse avant-gardistische idee dat eind jaren `60 in New York opbloeide en dat kunst en leven met elkaar verbond, impliceerde ook presentaties van kunst in de openbare ruimte: van posters tot muurschilderingen, van happenings tot geluidskunst die buiten werd uitgezonden. Enkele decennia later lijken enkele initiatieven uit de jaren negentig zowel als de drie projecten waarvan in deze tekst sprake op het concept Art Furtive, ontwikkeld door Patrice Loubier dat verwijst naar kunst in de openbare ruimte die "announces its artistic nature, [...] seizing the urban route for a quick moment." Vergeleken met kunst in de openbare ruimte, ontbreekt in de drie hier besproken projecten het grootschalige en spectaculaire van werken als Christo’s ingepakte gebouwen, de grote zichtbaarheid van op billboards gebaseerde werken van iemand als Braco Dimitrijević, Jenny Holzer of Félix González-Torres, en een gewenste duurzaamheid in de tijd die typisch is voor sculpturen die buiten worden opgesteld. De beelden waarvan hier sprake hebben een menselijke schaal, verdwijnen gemakkelijk en hebben niets vandoen met het sensationele.

RUE_DU_CHAPEAU_10

RUE_DU_CHAPEAU_10 is het prikbord project van de Brusselse uitgever Saskia Gevaert. Ze richtte het op in 2020. De underscore-rijke titel is zowel de naam van de locatie als de Instagram-tag, wat suggereert dat beiden bewust samen zijn bedacht. In een kleine straat in Anderlecht hangt aan de gevel van haar huis een prikbord dat "onderdak" (haar woord) biedt aan werken van kunstenaars, schrijvers en meer. Op Instagram toont ze beelden van het bord met de kunstwerken, telkens vanuit een vast standpunt gefotografeerd, soms zijn voorbijgangers te zien, soms de kunstenaars zelf, of soms het lege bord. Beelden van de kunstgalerie die achter de deur gehuisvest is, worden nooit publiek gedeeld. De visuele rigiditeit van de feed nodigt uit om de verschillen te zoeken tussen de beelden, en wijst rechtstreeks naar de wisselende kunstwerken die voor elke show worden geïnstalleerd. Er speelt een symmetrie tussen de vierkante vorm van de Instagram berichten en die van het bord, tussen het glas van het telefoonscherm en dat voor het prikbord, dingen die online gebeuren komen in het echte leven binnen en omgekeerd, een stroom die over veel meer gaat dan louter archiveren.

Tijdens een recent interview noemde Gevaert de verplichting om kunstwerken buitenshuis te tonen tijdens Covid-gerelateerde lockdowns als een van de motivaties om haar project te starten. Ze had ook het verlangen om kunst activiteiten die anders binnen haar kring van vrienden en galeriebezoekers zouden blijven, te delen met de buurt. Het politiegeweld en de daaruit voortvloeiende spanningen met de buurtbewoners zetten Gevaert ertoe aan naar buiten te komen, de uitdagende realiteit van de context van het project tegemoet te treden en na te denken over haar ruimere omgeving, buiten de grenzen van reeds bestaande relaties met mensen in de buurt.

De eerste genodigde bij RUE_DU_CHAPEAU_10 was auteur Pietro Gaglianó, die een op tekst gebaseerd werk meebracht dat hij eerder had getoond op een prikbord in Italië en dat tevens de inspiratie vormde voor de door Gevaert gekozen projectweergave. Sindsdien volgden enkele tientallen tentoonstellingen, met auteurs en kunstenaars die vaak dicht bij de reeds bestaande activiteiten van haar uitgeverij stonden, of met kunstenaars die geïnteresseerd zijn in drukwerk in het algemeen. Voor Gevaert is het prikbord een commentaar op een "reclamedoos" (weer haar woorden), zowel vanwege het typische karakter van zo'n display als vanwege de finaliteit ervan namelijk communiceren over wat er gebeurt achter de deur waarop het prikbord is opgehangen: een reeks tentoonstellingen die door Gevaert worden georganiseerd. Veel werken die op het bord belanden werden speciaal voor dit project ontworpen, waardoor het geheel een autonomie krijgt die een klassieke tentoonstellingscontext waardig is.

Keijiban

Net als Saskia Gevaert heeft ook Olivier Mignon, de kunsthistoricus achter het project Keijiban, een bijzondere belangstelling voor uitgeven en drukwerk. Mignon was jarenlang medebestuurder van het in Brussel gevestigde (SIC), een curatorieël platform dat verantwoordelijk is voor de publicatie van catalogi en kunstenaarsboeken van kunstenaars die deel uitmaakten van één van de meest belangwekkende recente stromingen binnen de Brusselse kunstscene. Mignon verhuisde in 2012 een eerste keer naar Japan waar hij vijf jaar verbleef, hij keerde terug net na het uitbreken van de Covid-pandemie. Zijn project Keijiban, wat simpelweg "prikbord" betekent in het Japans, bevindt zich in Kanazawa, een middelgrote stad ongeveer 400 km ten westen van Tokio. Tijdens een recent interview vertelde Mignon dat het stereotype beeld van de Japanse stedelijke ruimte vol neonlichten en reclame slechts representatief is voor enkele centrale straten in de hoofdstad. In werkelijkheid zijn Japanse stadsgezichten meestal verstoken van reclame en zijn de geprivatiseerde verticale ruimten bestemd voor borden voor gemeenschappelijke mededelingen, keijibans. Ze worden meestal gebruikt bij tempels en heiligdommen waar geestelijken religieuze en filosofische gedachten uitwisselen, maar worden ook ingezet door buurtverenigingen om nuttige informatie te delen. Na een zoektocht naar een bestaand bord kocht Mignon het zijne en plaatste het op het erf van een vriend dat uitkeek op de straat.

Het project vloeit voort uit twee curatoriële bekommernissen van Mignon: de voortzetting van de langdurige relaties die gevormd werden tijdens de jaren dat hij verbonden was aan (SIC) en een ambitieus verlangen om een dialoog op gang te brengen tussen een hypercontextuele tentoonstelling, of "showcase" (zijn woord), en een breder publiek dat wordt bereikt door de presentatie van internationale kunstenaars die doorgaans geen toegang zouden hebben tot de lokale context. Net als RUE_DU_CHAPEAU_10 is het online en offline karakter van Keijiban poreus, en dat geldt ook voor de geest ervan, keijiban is tegelijk een utilitaire en autonome plek. Het prikbord wordt gebruikt om prints te presenteren die in beperkte oplage te koop zijn op de website en Instagram pagina van het project. De aangeboden werken werden speciaal voor het project ontworpen. Net als Gevaert heeft Mignon op interessante wijze een strikt protocol opgesteld voor het Instagram account van het project, waarbij gedurende de hele tentoonstelling alleen referentiebeelden worden geplaatst en de print op het bord slechts wordt getoond nadat de tentoonstelling was afgelopen, wat het idee oproept van een exclusieve real life ervaring voor degenen die er zijn, maar ook de filosofische vraag oproept naar de verhouding tussen lokaal en internationaal in een post-internettijdperk.

sis123

La Chaux-de-Fonds, is een van de weinige Zwitserse steden waarvan de bevolking afneemt, een stad die niet gehinderd wordt door hordes toeristen en bekend staat als symbool van de Zwitserse horloge industrie en rationalistische stadsplanning. Tussen het kunstmuseum en de belangrijkste winkelstraat ligt sis123, een kunstproject dat werd ondergebracht in drie ondiepe ramen in de muur van een wooncomplex en waar telkens één kunstenaar tentoonstelt. sis123, in 2021 opgezet door Pol Le Vaillant, Axelle Stiefel en Fabrice Schneider, is net als bovengenoemde projecten een kind van Covid, hetzij omwille van het verlangen om kunst te exposeren op een moment dat de grote binnenruimtes ontoegankelijk waren, hetzij omwille van Covid gerelateerde levenskeuze van sommige oprichters.

Tijdens een recent gesprek met Schneider begreep ik dat opportuniteit (goedkope huur en Zwitserse subsidies voor kunstprojecten in de openbare ruimte) slechts een deel is van het verhaal achter sis123. Schneider vertelde dat hij eerder reeds het idee had om kunstenaars de opdracht te geven om posters te maken die de taal gebruikten van literatuur, beeldende kunst, grafisch ontwerp of reclame, en dit op een vluchtig medium dat een specifieke overdracht mogelijk maakt, in dit geval een verticaal oppervlak in de openbare ruimte, dat tegelijk een uitdagende en dwingende complexiteit biedt betreffende de aard van het tentoongestelde object. Schneider noemde ook mail art als voorbeeld van de specifieke interesses die sis123 motiveren.

In tegenstelling tot de twee bovengenoemde projecten is sis123 niet actief op Instagram. Het project wordt gecommuniceerd via een nieuwsbrief en indien mogelijk via de lokale pers. Hoewel de officiële website alle beelden van de tentoonstellingen bevat, is het project duidelijk gericht op een real life interactie met bezoekers: er is een consistente lokale opkomst bij de evenementen, ook uit de kleine artistieke gemeenschap van La Chaux-de-Fonds, en een verlangen om opgenomen te worden in bestaande kunstkringen in de stad. Voor Schneider is sis123 meer dan een excuus om over communicatie en media te praten. Kunst in de openbare ruimte is haast het enige waarover het project gaat, het heeft geen galerie achter zich zoals RUE_DU_CHAPEAU_10, noch een publicatie activiteit zoals Keijiban.

Groepering

Bij aanvang vermeldde ik reeds dat RUE_DU_CHAPEAU_10, Keijiban en sis123 samen besproken kunnen worden vanwege hun gelijkaardige opstelling in een specifiek soort stedelijke openbare ruimte. Daaraan kan ik toevoegen dat de projecten samen een specifieke scène van kunstenaars bedienen die op een of andere manier met Brussel verbonden is (met de nodige uitzonderingen). Denicolai & Provoost, Maxime Le Bon, Sylvie Eyberg en Pierre Lauwers stelden in twee van de drie projecten tentoon of zullen dat doen in de nabije toekomst, wat de gedeelde achtergrond en smaak van de curator bevestigt. De connecties zijn evident.

Opmerkelijker en origineler is de attitude die ze delen. Als, zoals Guillaume Clermont beweert, "de verspreiding van kunst ook een ruimte voor creatie kan zijn", is de houding van degene die deze projecten leiden esthetisch te noemen, ondanks een mogelijke, zelfs waarschijnlijke intentie om filosofisch de instellingen uit te dagen net doordatgene wat typisch voor hen is elders in te zetten. Als er al sprake is van subversie, dan is ze beleefd. Als er al sprake is van een theoretisch schema, dan wordt dat impressionistisch toegepast. Wat zichtbaar is, is een verlangen om de straat op slinkse wijze bloot te stellen aan kunstwerken die zich anders in verborgenheid zouden hullen, en tegelijkertijd de rigueur die nodig is voor de presentatie van deze kunstwerken geheel of gedeeltelijk te behouden. De populaire straatkunstenaar Shepard Fairey kwalificeerde de straat onlangs als een plaats voor chaos. We hopen dat we zijn ruwe simplificatie hierbij hebben weerlegd.

Vertaald door Els Roelandt

[1] Michel de Certeau, The Practice of Everyday Life, trans. Steven F. Rendall (Berkley and Los Angeles: University of California Press, 1984), 96–97

[2] Henri Lefebvre, Writings on Cities, ed. and trans. Eleonore Kofman and Elizabeth Lebas (Oxford: Blackwell Publishers, 1996), 128–129.

[3] Een volledige lijst vind je hier: Patrice Loubier, “Un art à fleur de réel : considérations sur l’action furtive,” Inter 81 (printemps 2002).

[4] Patrice Loubier, “Enigmes, offrandes, virus : formes furtives dans quelques pratiques actuelles,” Parachute 101 (Jan/Mar 2001): 99–105.

[5] Bij gebrek aan een beter woord om deze vrij eenvormige groep te omschrijven, en bij gebrek aan ruimte voor een onderwerp dat een doctoraat verdient, kan je de scène bestempelen als Belgisch post-conceptueel, ze omvat kunstenaars als Olivier Foulon, Jacqueline Mesmaeker, Koenraad Dedobbeleer, Sophie Nys, Pierre Leguillon, Denicolai & Provost en enkele anderen.

[6] Guillaume Clermont, “Des différents modes de diffusion de l’œuvre d’art : l’improbable comme générateur de sens en art actuel,” 2022. PhD thesis aan ULB en erg.

[7] “The Art Angle Podcast: ‘Hope’ Poster Artist Shepard Fairey on Art and Activism Today,” Artnet News, September 30, 2022, https://news.artnet.com/multimedia/art-angle-podcast-shepard-fairey-2180124.