Shervin/e Sheikh Rezaei
Een ontmoeting tussen emotie en rationaliteit

11.12.21  –  13.02

Op atelierbezoek bij Shervin/e Sheikh Rezaei, ter gelegenheid van haar solotentoonstelling Analyse 01.23 -11: Anaesthetised. Foto's: © Shervin/e Sheikh Rezaei.

Els Roelandt: Vorig jaar presenteerde je bij BLANCO je debuut: ENSEMBLE: An Architecture of the Inbetween, het bijzonder mooie boek dat tevens je afstudeerproject was. Laat ons even terugkeren naar die studiejaren die nog niet zo heel ver afliggen: je genoot een opleiding architectuur, waarom koos je voor die opleiding?

Shervin/e Sheikh Rezaei: Ik wou altijd al iets in de kunsten studeren, maar dat was niet zo evident. Er was druk van thuis uit, mijn ouders hebben alles opgegeven om ons hier in België een toekomst te geven. Ik moest dus wel iets kiezen dat enige zekerheid bood. Dat heeft zeker meegespeeld bij mijn keuze voor architectuur. Toch was er ook wat anders: ik heb tien jaar toneel les gevolgd, dat verklaart misschien wat van mijn persoonlijkheid ☺. Ik dacht dat architectuur ook mijn ticket tot scenografie kon zijn, die mogelijke link naar theater vond ik belangrijk in de opleiding. Ik volgde ook notenleer en opera, had altijd veel hobby’s, ik wou al mijn schema’s steeds volledig vol staan hebben.

Maar ik zette de stap naar architectuur ook heel bewust, omdat ruimtelijkheid belangrijk was voor me. Ik was me steeds al super bewust van hoe de ruimte reageert en beweegt rondom me, ik wou een soort theater voor mezelf maken.

ER: Dat is ook goed zichtbaar op je atelier, je hebt de ruimte en inkleding ervan helemaal naar je hand gezet. Op een bepaald moment ben je aan het Bauhaus gaan studeren. Hoe is dat gekomen?

SSR: Toen ik nog aan de Academie studeerde had ik een docent die me leerde werken met het grid, dat vond ik erg belangrijke lessen, ik zag mezelf ook meer en meer bewegen in dat grid. Al mijn ontwerpen kregen in die periode iets totalitairs, iets constructivistisch ook. De avant-garde begon me bijzonder sterk te bekoren, de Russische architect, graficus en beeldend kunstenaar El Lissitzky in het bijzonder. Zijn composities waren in die periode superbelangrijk voor me, ze lokten veel bij me uit. Ik liet me ook beïnvloeden door de manier waarop constructivisten met kleur omgingen: één basiskleur en zwart/wit. Dat doe ik nu: ik gebruik zwart/wit en als het echt moet breng ik een tint van geel binnen in de tekeningen. Ik wou in die tijd meer en meer de wereld rondom mezelf archiveren en maakte een wereld rondom mezelf. Als ik het nu bekijk, ben ik een soort van persona geworden, dat is niet iets dat ik ambieer of ambieerde, maar omdat ik zo voortdurend met mijn werk bezig ben, is dat wel de natuurlijke uitkomst.

ER: Maar terug naar Bauhaus?

SSR: Ik volgde er via het Erasmusprogramma een opleiding media architectuur. Beeldend kunstenaar Oskar Schlemmer werd belangrijk voor me, tegelijk ontdekte ik dat alles waar ik mee bezig was, alles wat ik bedacht eigenlijk al voor me was gedaan en dat ik niet zo bijzonder was... In de opleiding media architectuur aan Bauhaus leerde ik verschillende media gebruiken om een bepaald idee tot uitdrukking te brengen. Ik had als architectuurstudent en als vrouw heel erg het gevoel dat ik me moest bewijzen, ik wou super efficiënt te werk gaan. Aan Bauhaus leerde ik veel over materialen, ik leerde ook met animatie werken, en verdiepte me in vele van de technische vakken zoals bijvoorbeeld lichttechniek. Tegelijk leerde ik de avant-garde film kennen. Ik studeerde aan Bauhaus in Weimar in het jaar 2017 en werkte als studente onder andere mee aan voorbereidingen voor de viering van 100 jaar Bauhaus. Ikzelf was toen heel erg geïnteresseerd in de geschiedenis van Bauhaus en hunkerde naar dat verleden, maar de school zelf leerde ons vooruitblikken. Ik begreep toen dat ik zelf die stap naar de toekomst moest leren zetten en het verleden en het stilistische achter me laten om iets nieuws -iets vloeiends vooral- uit te proberen. Het harde stilistische los laten en het organische introduceren leerde ik geleidelijk aan en het is me pas echt voor het eerst gelukt bij de werken die ik maakte voor deze expo bij KIOSK.

ER: Welke vakken volgde je aan de academie?

SSR: Ik selecteerde hoofdzakelijk keuzevakken beeldende kunst, dat was ook wat me interesseerde tijdens het werken aan mijn masterproef. Uiteindelijk was het een reis naar Iran, het land van herkomst van mijn ouders, waarop ik het boek Ensemble (dat voortkwam uit mijn scriptie) baseerde. Het beeldend werk en de maquettes en paviljoenen die ik in die periode maakte waren nooit puur architecturaal maar eerder sculpturaal, autonoom. Dat vond ik toen bijzonder belangrijk.

ER: Ik zag je eerste tentoonstelling, ENSEMBLE, bij BLANCO in Gent, ook je tweede expo, Art Meditation Process was daar te zien. Ik bedacht toen dat je werken nergens beter tot zijn recht konden komen dan in deze mooie ruimte met haar prachtige lichtinval aan de Coupure. Maar eigenlijk is het omgekeerd: de werken zijn net super goed geïnstalleerd in de ruimte, je zet het zonlicht en de muren naar je hand zodat een bijzonder samenspel tussen architecturale details en het licht ontstaat. Betoverend vond ik dat.

SSR: Dank je wel. Bij de expo Art Meditation Process was de ruimte het allerbelangrijkste; bij de expo ENSEMBLE was dat het boek. Tussenin, dat was in het voorjaar van 2021, stelde ik ook nog tentoon op de expo Renaissance, georganiseerd door het Astrid Collectief in een leegstaand pand in het centrum van Gent. Deelnemen aan die expo ervaarde ik toen als een enorme verademing, het liet me toe los te komen van het serieuze. Astrid Collectief was eigenlijk puur plezier. Het enige wat er niet mocht was op de muren schilderen, toch was het precies dat wat ik deed. Alleen op die manier kon het werk ontstaan dat ik er wilde maken. Ik improviseerde in de ruimte vertrekkend van een barst in de muur. In die periode werkte ik voor het architectenbureau van Jan De Vylder en Inge Vinck in Gent en het werken op die muur in het vervallen pand was zo een beetje mijn uitlaatklep. Trappen interesseren me zowiezo, misschien representeren ze mijn escapisme. Ik was er enorm blij met de ruimte die ik ter beschikking kreeg, het zag er allemaal zo gewichtig uit. Misschien was het omdat de expo doorging tijdens de lockdown van het voorjaar van 2021 dat de expo zo een enorm succes werd: ze zou initieel maar een weekend toegankelijk zijn, maar het werden uiteindelijk vier dagen extra. Meer dan 1000 bezoekers bezochten de expo, uit het hele land kwamen museumdirecteurs kijken.

ER: Het was inderdaad een bijzonder event, is het gebouw ondertussen gesloopt?

SSR: Neen, het staat er nog steeds, misschien moeten we het nog een tweede keer bezetten ☺.

ER: Het voorjaar van 2021 was een intense periode voor je en toen kwam in de zomer reeds de expo Art Meditation Process. Wat toonde je op deze expo?

SSR: Ik belandde in een bijzonder donkere periode nadat mijn beste vriendin ernstig ziek werd. Ik maakte in opdracht van het architectenbureau waar ik voor werkte een hele reeks Excel tekeningen. Om me te ontspannen begon ik met het maken van kleine tekeningetjes die telkens een residu op papier achterlieten. Ik ontdekte toen dat ik in mijn werk rust kon vinden, dat ik het kon inzetten als tool voor meditatie. Die werken toonde ik in de zomer bij BLANCO.

ER: Beide expo’s, ENSEMBLE en Art Meditation Process resulteren in een boek. Is grafisch werk belangrijk voor je of is het proces van archiveren belangrijk? Of beiden?

SSR: Bij de samenstelling van een boek speelt natuurlijk archiveren een belangrijke rol, je kan er dingen in vast leggen en je kan die dingen dan ook gemakkelijk verspreiden. Een boek kan iedereen dienen, iedereen kan het begrijpen én, niet te vergeten, je hebt er volledige controle over. Ook het grafische is belangrijk voor me, het schikken en ordenen. Ik hou van archiveren.

ER: Je bent afgestudeerd als architecte en bewandelt nu een pad dat je naar de beeldende kunsten leidt. Mis je architectuur?

SSR: Neen, nog niet. En het bureauwerk mis ik al helemaal niet ☺ Ik mis wel de gesprekken met architecten zoals deze die ik had met Jan De Vylder en Inge Vinck. Ik kon eindeloos naar hen luisteren, ze zijn ook ouder en twee bijzondere, getalenteerde architecten, ze blijven me inspireren en ik ben hen super dankbaar. Mijn droom is om ooit een eigen huis te bouwen, een huis voor mezelf. Trouwens, architectuur omvat zoveel: beeldhouwkunst, materiaalkennis, tekenkunst, … Het is echt mijn droom.

ER: Jonas Mekas is belangrijk voor je?

SSR: Ja, ik zag nog niet zoveel van zijn films maar ik hou enorm van de eerlijkheid van zijn dagboeken. Ik heb vaak de neiging om naar theoretische boeken te grijpen maar bij hem vind ik het persoonlijk archiveren terug, iets waar ik mezelf ook kan in verliezen. Overigens, mensen die met film bezig zijn kijken op een heel andere manier naar de wereld, door de camera lijkt alles meer in scène gezet en tegelijk lijkt het performatiever.

ER: Je volgt vandaag een filmopleiding bij KASK School of Arts?

SSR: Ja, ik volg o.a. filmanalyse bij Hilde Dhaeyere. Dat is een theoretisch vak en ik vind het best wel heftig maar tegelijk super interessant, die verschillende manieren van kijken. Ik wil ook zelf ooit een film maken.

ER: In voorbereiding tot de tentoonstelling bij KIOSK maakte je reeds een kort film, niet?

SSR: Ja, de paardenvisserij zoals die nog beoefend wordt o.a. in Oostduinkerke heb ik op film vastgelegd. Het vissen op garnalen te paard heeft een bijzondere schoonheid, rust en eenvoud. Ik heb heel veel shots gemaakt maar ben nog wat bang om die samen te brengen. Het is zoals een boek, je schrijft verschillende fragmenten die nog niet perse een geheel vormen. Een tekening daarentegen, die staat er meteen. Ik had zeewier nodig voor de installaties die ik wilde maken voor KIOSK en zo kwam ik in contact met garnaalvisser Gunther le Bleu en zijn paard Martha die mij en een vriendin op sleeptouw namen ‘s ochtends vroeg. We konden het rustige vis proces volgen.. bijzonder! Die rust zoek ik ook in mijn werk. Tijdens de pandemie ontwikkelen veel mensen angststoornissen, we zijn niet meer gewend aan heel veel prikkels en het leven maakt ons angstig. Terwijl die garnaalvisser super traag werkt en in contact is met alle natuurelementen: water, aarde, lucht en vuur. Hij is tegelijk fysiek en mentaal bezig. Uiteindelijk is zoiets super romantisch. We doen gewoon veel te veel, ik ben mega blij dat ik dat nu reeds besef dat het ook eenvoudig kan.

ER: In de installaties die te zien zijn bij KIOSK gebruik je zeewier?

SSR: Het gestructureerde in mijn werk neemt snel de bovenhand, ik wou er weer wat soepelheid in brengen. Ik zag een documentaire van fotograaf en filmmaker Jean Painlevé (1902-1989) die gespecialiseerd was in onderwaterfauna. De beelden van een octopus in die documentaire gaven me zo een leuk gevoel dat ik naar zee trok. Ik vond er slechts dode kwallen tot mijn oog viel op het zeewier. Dat was het begin van mijn idee voor een installatie bij KIOSK. Aquariums vind ik ook interessant: het doorzichtige, de afgesloten en beperkte ruimte die je zelf kan invullen. Ik zette de aquaria op sokkels. Sokkels zijn een grappig concept: je maakt een werk en dat zet je op een sokkel, pas dan wordt het werk een echt kunstwerk. De tekeningen op de glasplaten maakte ik met autocad. Het zijn stillevens waarmee ik iets emotioneels wil toevoegen aan het werk. Het zijn dode herinneringen gepresenteerd op een sokkel, geïsoleerd van prikkels van buitenaf. Wanneer je er naar kijkt komt er een gevoel bij je los. De sokkels zijn gemaakt van grijs karton, je kan de afmetingen erop lezen, verder is het materiaal onbewerkt. Eerlijkheid in materiaal is belangrijk voor me, de puurheid ervan. Het grijs karton refereert naar het materiaal gebruikt voor maquettes. Tegelijk wil ik de tekening bovenaan het werk houden: als een soort van dominantie van het machinale op het menselijke.

ER: Zijn de tekeningen geïnspireerd op het zeewier?

SSR: Nee, ze zijn totaal los ervan gemaakt.

ER: Je zet sommige van de sokkels en aquaria op plastic folie. Welke extra betekenis wil je daarmee geven aan het werk?

SSR: Aanvankelijk diende het plastiek puur als bescherming tegen de vochtigheid op de vloer van mijn studio. Maar ik ontdekte dat het tegelijk een aspect van bewaring, van koeling gaf. Dat beviel me wel. Ik was vroeger super nostalgisch en ervaar nostalgie niet langer als een positief gevoel, ik wil er los van geraken, niet langer met dode dingen leven. Vandaar dat ik ze op een sokkel zet, zo zijn ze er nog maar dan wel geïsoleerd.

ER: We hadden het nog niet over de titel van je tentoonstelling: Analyse 01. 23- 11: Anaesthetised.

SSR:Anaesthetised verwijst naar “onder narcose”, de nummertjes 01, 23, 11 verwijzen naar de elf werken die een geheel vormen. Ik neem het zeewier het leven af door het aquarium vacuüm te trekken en het water met paraffine te bedekken. Het aquarium met zeewier staat als het ware op een grafsteen, gepauzeerd, verdoofd. Ik wilde de installatie ook een zekere koelte geven, iets wetenschappelijks en cijfermatig. De minimalistische kunstenaars uit de jaren zestig zijn altijd belangrijk voor me geweest, bij hen lijkt alles zo logisch.Dat heeft helaas ook te maken met onze kijk naar de witte man in deze wereld, waar dringend verandering in mag komen. Ik probeer die strakke logica te doorbreken en te vermengen met emoties. Eigenlijk probeer ik mezelf te bewijzen, te bevrijden, deels als vrouw en deels als gekleurd persoon: ik kan dit ook.

KIOSK Shervin Sheikh Rezaei Interview 1
KIOSK Shervin Sheikh Rezaei Interview 2
KIOSK Shervin Sheikh Rezaei Interview 3
KIOSK Shervin Sheikh Rezaei Interview 4
KIOSK Shervin Sheikh Rezaei Interview 5
KIOSK Shervin Sheikh Rezaei Interview 6