Piero Bisello
Over de kunst van Mona Filleul

01.06

De kunst van Mona Filleul sleept je mee naar een zone die zich bevindt ergens tussen leven en overleven. Er is een off-the-grid kwaliteit in wat ze maakt. Het raster waarvan ze afwijkt wordt gevormd door datgene dat ter beschikking is en kunstinstellingen. Haar artistieke keuzes lijken antwoorden op een steeds terugkerende vraag: wat is, op een specifiek moment, het eerlijkste om te doen. Denk aan het koud hebben en een extra trui halen om dat oncomfortabele gevoel te bestrijden. Oprechtheid primeert in haar werk en toornt uit boven bedrog, of dat nu een noodzaak is of een contingentie, of dat nu een a priori voorwaarde is - ze is zo - of een a posteriori voorwaarde - ze zal zo handelen. Onlangs legde ze me het volgende gedachten experiment voor: stel je voor dat je kunst maakt met wat overblijft na een nucleaire explosie. Je zou het natuurlijk eerst moeten doen en trouw aan je artistieke expressie zal dan niet noodzakelijk je belangrijkste probleem zijn. Bovendien, waarom zou je überhaupt kunst maken in barre omstandigheden, zou je je kunnen afvragen. Laten we hier later op terugkomen.

Het is een gemakkelijke misstap om de persoon van Mona Filleul te romantiseren. De feiten over haar leven en kunst kunnen ten onrechte het beeld van bohemien en wereldvreemdheid projecteren op wat in feite uiterst verbonden is met de werkelijkheid. Weinige personen voelen zo authentiek aan. Om een oud Belgisch spreekwoord te verdraaien: het mooie is minder wat men droomt dan wat men ziet. Mona Filleul roept dergelijke bedenkingen op. Het klopt: kunst en leven vormen al geruime tijd een koppel en worden zelfs minstens sinds de jaren zestig samen vermeld in de kunstgeschiedenisboeken. Verantwoordelijk voor deze conceptualisering was o.a. Allan Kaprow, die goed illustreert wat Mona Filleul niet is. Wat is "leven" voor Kaprow precies? In zijn essay Performing Life uit 1979 zegt hij: “When you do life consciously, [...] life becomes pretty strange—paying attention changes the thing attended to—so the Happenings were not nearly as lifelike as I had supposed they might be. [...] A new art/life genre therefore came about, reflecting equally the artificial aspects of everyday life and the lifelike qualities of created art.” Of het nu via zijn beroemde happenings was of via zijn andere werken, Kaprow verdiepte zich in het leven. Hij leefde inderdaad, zoals alle levende wezens voor en na hem, maar hij wilde tegelijk afstand nemen van dat wat hij leven noemde - of zijn leven – en er in zijn kunst over praten. Mona Filleul zet geen stap terug, zij doet niet aan het leven. Het leven is voor haar niet zozeer een onderwerp voor onderzoek als wel de onweerlegbare context waarin dingen gebeuren, het leven is een transparante premisse.

Dit is misschien waar overleven en Mona Filleul samen vallen. In Art As Experience zegt John Dewey “to restore continuity between the refined and intensified forms of experience that are works of art and the everyday events, doings, and sufferings that are universally recognised to constitute experience.” “Mountain peaks do not float unsupported”. Dat geldt vooral voor Zwitserland, waar Mona Filleul af en toe naartoe vlucht om aan haar Brusselse lot te ontsnappen. Enkele jaren terug, bij een toevallige ontmoeting in een Brussels park, bood een zanger uit Zwitserland haar een gratis verblijf aan in een boshut in Ticino. Hij gaf haar alleen een satellietbeeld van de locatie. Het uitstapje werd een vaste routine voor Mona Filleul in de jaren die volgden, zelfs toen er geen uitnodiging meer was van de eigenaar. De plek leek immers verlaten en haar Brusselse situatie werd steeds hachelijker. Uit noodzaak koos ze in de hut de materialen en technieken voor haar kunst in functie van de reële mogelijkheden die de specifieke omgeving bood. Haar bereidheid om trouw te blijven aan een oorspronkelijk artistiek verlangen dat elders geboren was, en hoogstwaarschijnlijk onafhankelijk wilde blijven, reisde met haar mee naar het bos.

Het idee van onafhankelijkheid kwam vaak ter sprake in een recent gesprek met Mona Filleul. Materialen hebben connotaties, rollen die aan hen worden toegekend door disciplines: biologie, scheikunde, techniek, enzovoort. Filleul klonk alsof ze medelijden met de materialen had, ze leek zich te willen verontschuldigen voor de conceptuele en dwingende container waarin deze tastbare dingen werden gestopt zonder erom te hebben gevraagd. Maar hoe kunnen materialen iets wensen, met hun gebrek aan verstand, laat staan intentionaliteit? Matterism – een schilderstijl waarbij verfpartijen aangeven dat ze niet alleen een ingrediënt voor een afbeelding zijn - bestaat al een tijdje, net als bas-reliëfs, een van de technieken van de kunstenaar. In tegenstelling tot de nogal voorbijgestreefde schilderkunst echter, herbevestigt Filleul een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van de haar dierbare materialen door de realisatie van een onbeheerste schaduw en lichtspel op het gebeeldhouwde bas-reliëf. De bouwstenen van haar kunst functioneren inderdaad onafhankelijk van haar, en onafhankelijk van alle anderen.

Mona Filleul heeft ook een hut in Brussel. Ze bouwde deze zelf, op de zolder van een van de vele verlaten art deco juweeltjes van de Belgische hoofdstad. Haar hut is een verwarmde plek om te leven, te slapen en naar muziek te luisteren. Om de warmte binnen te houden, isoleerde ze de hut met haar kunstwerken, letterlijk. Laat je echter niet misleiden, dit was geen gimmick, het gebeurde onder druk van de omstandigheden. Sommige van haar bas-reliëfs stellen eenvoudige landbouwwerktuigen voor - in zekere zin de basis van het leven - en wanneer ze op de muren van de hut worden aangebracht, wordt de plaats een erfgenaam van Forrest Bess's ranch in Texas. Inderdaad, weinig figuren, niet alleen uit de kunstgeschiedenis, zijn zo verwant met Mona Filleul als Bess, de Amerikaanse schilder die in het midden van de 20ste eeuw actief was, en die leven en kunst zelden als gescheiden ervoer. De gezochte onafhankelijkheid, misschien een tevergeefse zoektocht, maar wel legendarisch, brengt hen beiden naar een plek waar de politiek comfortabel achterwege kan worden gelaten. De kunst van Mona Filleul is alleen folk als we accepteren dat "folk" een enkelvoudig zelfstandig naamwoord is, en geen veelheid. Allen eerlijkheid kan dat mogelijk maken.


[1] Allan Kaprow, Essays on the Blurring of Art and Life, University of California Press

[2] John Dewey, Art as Experience, Tarcher Perigee

[3] Een lijst hiervan is beschikbaar in het persdossier van haar tentoonstelling Conservation, nation, bij Emergency in 2020 in Vevey.

[4] De beste beschrijving van Forrest Bess' late leven geeft Sofia Silva: “On a night when the [Mexican] Gulf’s breeze was blowing strong, Forrest Bess grabbed a scalpel and cut open a fistula between his penis and scrotum. He followed the directions of the enlightened Australian endocrinologist Eugen Steinach, who said that, in order to make your body immortal, you had to reach your own urethra and tie the vessels so your semen could flow back and into the cuticles of your nails, up to the capillaries of your eyes. Between sorghum and ponds, while the moon shone and the frogs sang, Forrest Bess mutilated himself thus becoming an immortal pseudo-hermaphrodite. He wrote letters to Carl Gustav Jung and lived on fishing. He had nose cancer, he cut off his nose; he got skin cancer, he ran to his mother. When America was beginning to discover his paintings, he wandered naked through the streets of San Antonio, until one day he died.” https://www.ilfoglio.it/cultura/2015/08/02/news/il-visionario-mutilato-86258/

KIOSK Piero Bisello Mona Filleul 1
KIOSK Piero Bisello Mona Filleul 2
KIOSK Piero Bisello Mona Filleul 3
KIOSK Piero Bisello Mona Filleul 4
KIOSK Piero Bisello Mona Filleul 5