Thomas Renwart
Bewaard voor de toekomst. Een gesprek met Myrna D'Ambrosio

15.03

Myrna D’Ambrosio bezocht Thomas Renwart in zijn studio in Gent op 11 januari 2022 en sprak met hem over zijn verzamelingen. Dit interview kadert in een breder onderzoek van KIOSK over kunstenaarscollecties. GOLDEN HOUR FADED BLACK, Thomas Renwart's solotentoonstelling, is te bezichtigen in KIOSK tem 30.04.2022.

Myrna D’Ambrosio: Het begrip verzamelen heeft voor mensen verschillende betekenissen. Het begrip kan connotaties hebben waar niet iedereen zich mee kan identificeren. Aangezien datgene dat je verzamelt zo intrinsiek verbonden is met je artistieke praktijk, ben ik benieuwd of jij jezelf eigenlijk wel als een verzamelaar ziet.

Thomas Renwart: Ik verzamel niet voor het geld. Het is echt voor, hoe zal ik het zeggen, het creëren van een erfenis. Wanneer je er niet meer bent, kan een verzameling objecten je vervangen of iets over jou navertellen. Want dat is wat gebeurt als mensen sterven. Je krijgt een erfenis, schilderijen of kopjes voor koffie, en het vult de afwezigheid van iemand op. Ik verzamel zoveel…het is gek (lacht).

MD: Ben je daar zelfbewust over?

TR: Absoluut. Ja.

MD: Dat is interessant, want wat je verzamelt is zo duidelijk gelinkt aan je werk.

TR: Ik lach gewoon omdat mijn verzameling blijft groeien. Ik weet dat ik veel verzamel. Telkens als ik terugkeer van een plek breng ik nieuwe spullen mee. Toen ik mijn studio moest verhuizen, maakte ik een overzicht van alle dingen die ik heb. De vraag is: kan je leven in dozen gestopt worden? Dat is een vraag voor mensen die met weinig spullen verhuizen, ik denk niet dat ik ooit genoeg dozen zal hebben!

MD: Uit je reactie klinkt het alsof je de daad van het verzamelen op hetzelfde niveau plaatst als die van het vergaren. Maar verzamelen impliceert meestal een soort classificatie of organisatie, terwijl je accumulatiegewoon zou kunnen zien als een obsessieve verzameling van dingen waar je al dan niet gebruik van maakt.

TR: Mijn verzameling is divers maar gecategoriseerd in zeer duidelijke banen. Er is enerzijds alles wat met narcissen en botanische dingen te maken heeft, vlinders en aanverwante dingen. En dan is er alles wat met handwerken te maken heeft, ik heb veel oude boeken over borduren. Over weven is veel vakmanschap in de vorige eeuw verloren gegaan. Daarom probeer ik dingen te bewaren, zoals een archivaris of bibliotheek, als je niet uitkijkt belanden boeken over deze onderwerpen in de prullenbak. Vroeger waren er handleidingen die uitlegden hoe iets te maken om de tijd mee te doden, hoe iets te maken voor andere mensen. Het is een schande dat we al die belangrijke, kleine dingen vergeten. Door de pandemie is hettegenwoordig een cliché, maar handleidingen laten echt zien dat we onszelf kunnen redden via de schoonheid van een naald en wat draad, daar kun je alles mee doen. Het is belangrijk dat de overdaad aan verzamelen wordt teruggebracht tot de strikte noodzaak om iets te doen. De redenen waarom we verzamelen zijn zo fascinerend.

MD: Precies, verzamelen is een menselijk instinct, terug te brengen tot het verzamelen van voedsel en andere zaken om te overleven. In een consumptiemaatschappij wordt het verzamelen anders ervaren: we hebben al zoveel, hebben we echt meer nodig?

TR: Ja, maar er is een verschil wanneer je dingen verzamelt die al lang bestaan, je voegt niets toe aan de stapel van bestaande dingen. Je hergebruikt of recycleert.

MD: Wat ook interessant is, is dat een verzamelobject vaak wordt gezien als iets zeldzaams of moeilijk te vinden. Jij verzamelt naast boeken en aanverwant materiaal, ook organisch materiaal, dingen die je ofwel zelf kweekt ofwel gewoon in de natuur vindt.

TR: Ik denk dat er bij verzamelen geen zeldzaamheden zijn. Er zijn dingen van waarde, qua geld, maar wat van grote waarde is, is de emotie. Ik ben heel rijk aan emotionele objecten, maar financieel helemaal niet... (lacht). Ik hou van dat kleine vaasje dat ik daar heb (wijst naar de andere kant van de kamer). Ik zet er alleen narcissen in omdat mijn grootmoeder een gelijkaardig mooi blauw kristallen vaasje had dat ze alleen gebruikte voor lelietjes-van-dalen uit haar tuin. Mijn moeder gebruikt het nog steeds alleen tijdens het lelietje-van-dalen seizoen. Het vaasje is onvervangbaar, want de gedachten en het leven gegeven aan dat voorwerp zijn specifiek. En dat is onvervangbaar. Ik heb het nog niet lang in mijn bezit. Het kostte twee euro in de kringloopwinkel, het is zo mooi. Het is handgeschilderd, handgemaakt in Italië. Er is iets met dat moment dat je verliefd wordt op iets, je liefde activeert het. Het is mooi om te wachten tot een voorwerp op het juiste moment geactiveerd wordt, in een korte tijd, en het dan weer weg te leggen. Je wacht op de aanwezigheid van een object, en dat is een ander soort consumentisme. Je consumeert het object slechts drie weken in een jaar.

MD: De meest voor de hand liggende van je verzamelobjecten zijn vlinders en bloemen, maar ik heb begrepen dat je ook postzegels en textiel verzamelt, klopt dat?

TR: Ja, precies, al die dingen. Wat textiel betreft, heb ik een paar oude stalen die ik via Etsy kocht, originelen uit de VS, prachtige dingen. Dan heb ik aanverwante boeken en tijdschriften, die koop ik om te leren borduurwerken. Ik zal dit jaar veel borduurwerken tonen, vandaar. Ik schrijf een gedicht en dan borduur ik het. Bijvoorbeeld, deze woordspeling: Lune après l'autre. Ik kan borduren omdat ik er over gelezen heb. Ik observeerde de stukken zodanig dat ze handleidingen werden, ik kon voortbouwen op de erfenis van mensen die het borduurwerk eerder beoefenden. Ik vind geen nieuwe dingen uit: textiel, wandtapijten, borduurwerk, het is niet nieuw. Maar de reactie erop is vandaag anders. Textiel is niet meer wat het tweehonderd jaar geleden was. Gebruik van kleur was vroeger bijvoorbeeld alleen voor rijke mensen, bruin was voor de armen. Op veel plaatsen was borduren alleen gereserveerd voor de aristocratie, omdat je alleen kon borduren als je tijd en geld had, en in de positie was om het als tijdverdrijf te doen.

MD: Dus je bouwt een bibliotheek van kennis op die ook waarde toevoegt aan je verzamelde voorwerpen. Al het verwante materiaal - de boeken, de tijdschriften – heb je in de loop der tijd bewust uitgezocht, of kwam jeze sporadisch tegen? Ben je ze gaan kopen toen je met je kunstpraktijk begon?

TR: Nee, al veel eerder. Mijn grootmoeder was een borduurster, zij heeft me aangezet eigenlijk. Haar man, mijn grootvader, had een weverij. Dus in visuele termen was het me meegegeven. Het wekte mijn nieuwsgierigheid op, als kind dat niet begrijpt hoe je textiel en draad met elkaar combineert, zie je plotseling iets aan de oppervlakte gebeuren. Ik dacht altijd dat kruissteken zo gemakkelijk was, dat je gewoon een kruis maakt, maar er zit een heel ritme in. Het is precies datgene dat me altijd rustig heeft gemaakt, vanwege de herinnering. En het is ook als kleine kusjes. Er zijn een heleboel mooie dingen aan. Het is als meditatie.

MD: Was het via dezelfde grootmoeder dat je in aanraking kwam met de botanische wereld?

TR: Ja, en via mijn moeder en mijn tante, dus de twee dochters van mijn grootmoeder. Mijn moeder had een groot gastronomisch restaurant. Elke maandag maakte zij samen met haar zus dertig boeketten uit de tuin, ze dronken er telkens een klein flesje champagne bij. Ik heb dat als kind gezien, en was gefascineerd door wat je samen kunt creëren. Mijn moeder heeft het er de hele tijd over, want mijn tante is de laatste tijd zwaar dement geworden, dus ze kan geen arrangementen meer maken. Het laatste arrangement dat ze maakte was met kosmos, een prachtige zomerbloem. Het was zo breekbaar, je kon zien dat er zo'n strijd was geleverd, maar het lukte uiteindelijk om de bloemen in de vaas te zetten. Ik heb een schoolvriendin gevraagd om het boeket op een koperen plaat te schilderen, het koper gaat oxideren. Dus ook de tekening zal verwelken met de tijd, net als de herinnering aan haar, maar we zullen nog steeds de penseelstreken hebben. Ze kenden ook alle Latijnse namen van de bloemen. Dat komt omdat onze familie een oude Franse familie is, en het is een beetje een chique ding is (lacht) om dat te doen, maar ik schaam me er helemaal niet voor, ik heb het geërfd.

MD: Dus je had bloemen om je heen en mensen om je heen die ze gebruikten. Wanneer begon je ze te drogen? Hoe is dat tot stand gekomen? Dat is een kunst op zich.

TR: Ik heb het van de beste geleerd, Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Grace van Monaco! Zij heeft aan het eind van haar leven een boek gemaakt, het is een van mijn belangrijkste objecten (lacht). Ik kocht het in 2015. Ik denk dat ik net tussen het afstuderen van de middelbare school zat en het naar de universiteit gaan toen ik erin begon te lezen. Het werd zo'n fascinerend iets, mede omdat mijn tante haar zoon op achttienjarige leeftijd verloor aan een spierziekte. Ze droogde alle verschillende bloemen die op zijn graf groeiden en bewaarde ze op een glazen dienblad. Dat was best zwaar, want je zag gewoon mooie oude gedroogde bloemen, maar ze hadden een heel donkere en droevige bijklank. We ervaren verlies op allerlei manieren. Voor mij is het pijnlijkste deel van het jaar wanneer de bloemen verdorren, dus dit obsessieve persen is om te voorkomen dat ze helemaal weg zijn.

MD: Heb je een herinnering aan je allereerste gedroogde bloem?

TR: Ja. Ik heb hem ingelijst en hij hangt in mijn slaapkamer. Ik studeerde toen nog geen kunst. Ze organiseerden een tentoonstelling in het kasteel in mijn dorp, ik nam deel, ik was toen veertien of vijftien jaar oud. Ik liet een serie gedroogde bloemen zien, ik was zo blij! Dat was mijn eerste tentoongestelde werk, daarna bewaarde ik het werk op mijn slaapkamer.

MD: Ik zou graag meer willen weten over je vlinders. Ben je ze ook tijdens je jeugd gaan verzamelen?

TR: In veel culturen reïncarneren vlinders de ziel van een dierbare die is overleden. In Mexico vliegt de monarchvlinder elke dag van september tot de Dag van de Doden, 1 november, vijfduizend kilometer. De vlinders keren terug op de dag dat ze de doden vieren. Toen mijn grootmoeder in november stierf, zat twee weken later een vlinder urenlang op mijn schouder. Ik was toen veertien, denk ik, en het was een heel spiritueel moment, de idee dat zij daar was. Dus bij het verzamelen van vlinders gaat het mij niet echt om de wetenschap, maar om folklore en mythe. Vlinders zijn niet de meest sociale beestjes, dus als er zoiets gebeurt... Deze zomer was ik in een restaurant, alweer zat er sinds de middag een vlinder op me, hij wilde niet weggaan. Dus zei ik tegen de ober dat we met z'n drieën waren (lacht).

MD: Kom je echt zoveel vlinders tegen in je omgeving? Of is het omdat je je hyperbewust bent van een bepaald item dat je de neiging hebt ze meer te vinden dan iemand die niet per se ernaar op zoek is?

TR: Degenen die ik uitkies zijn natuurlijk dood - ik zou ze nooit doden! En ja, overal. Soms is het freaky waar ze komen, plaatsen in de grote steden. Maar hoe meer je je ervan bewust wordt, hoe meer je er vindt. In het begin vond ik er zoveel dat het vreemd was. Toen ik de kans zag om portretten van ze te maken, begon ik er nog meer te vinden.

MD: Hoeveel gedroogde vlinders heb je?

TR: Dit jaar nog vond ik er al een stuk of twintig. Dat klinkt misschien niet veel maar dat is het wel, om ze zomaar te vinden. Mensen die ze nu vinden sturen ze ook naar mij op, dat is leuk, ik ben een soort vanpompes funèbres, hoe zeg je dat?

MD: Ah ja, in het Italiaans zeggen we pompe funebri, een begrafenisonderneming.

TR: Ah, voilà, si! Als een mortuarium voor vlinders.

MD: Ik zag bij je huidige installatie in Kunsthal Gent dat je ook postzegels verwerkt in je installaties, met vlinders erop.

TR: Ik heb heel veel postzegels! Als tiener werkte ik in een restaurant, zoals iedereen, en ik spendeerde mijn loon aan vlinderpostzegels. Er is dat oude postzegelwinkeltje in Gent, een van de laatste in Vlaanderen, als het ophoudt te bestaan zal niemand het overnemen, niemand zou zo gek zijn om een postzegelwinkel uit te baten! Alles zal wel op Catawiki terechtkomen. Vroeger ging ik erheen met het kleine loontje dat ik van het restaurant kreeg, en ik kocht er de vlinderpostzegels. Ze kostten zoveel eigenlijk. Maar ik werkte met een doel. Ik voelde me zo rijk, het geld werd vervangen door de kleine postzegels die ik kocht.

MD: Dus postzegels kunnen behoorlijk duur zijn?

TR: Veel hangt af van hunplaats van uitgave. Veel postzegels zijn toegeschreven aan een gebeurtenis in de tijd, een herdenking of zoiets, de verjaardag van een vorst of staatshoofd, vele historische redenen. En de prijs varieert daardoor. Deze zijn allemaal gedeklasseerd omdat ze gebruikt zijn. Ze zijn als "B zegels," en worden niet meer als zeldzaam beschouwd. Maar het gebruik op zich is zoiets moois – de zegel kan voor een liefdesbrief zijn gebruikt, of gewoon voor een rekening, een uitnodiging.

MD: Dus in de filatelie vermindert elke markering de waarde van een postzegel, maar voor jou voegt de markering een extra laag van waarde toe.

TR: Ja. Het is een code die vaak een datum bevat, het is echt een tijdsdocument.

MD: Blijft ook deze verzameling groeien? Koop je ook postzegels online?

TR: Absoluut, ik zal de collectie in leven houden. In Frankrijk is er een prachtige website waarop mensen ephemera verkopen. Vaak gaat het maar om één postzegel, twee postzegels. Het gaat echt om het snuffelen in de privé-collecties van mensen. Ik zie mezelf als meer dan een gewone verzamelaar, omdat ik bijvoorbeeld de hele verzameling van een verzamelaar koop. Het is natuurlijk niet mijn bedoeling om die door te verkopen, maar om ze in een doos te bewaren tot ik denk dat ze eruit kan, zoals nu. Ik weefde in het verleden ook een paar afbeeldingen van postzegels met de hand. Het duurt wel vierentwintig uur! Je begint te weven en je ziet de randen, de "koekjesrand", een postzegel met de hand weven is best gek. Zo'n klein ding met de hand visualiseren voelt ook spiritueel.

MD: Dat is prachtig. De notie van de levensduur van een collectie is interessant. Er is altijd een eerste item, maar misschien is er ook een laatste. Wat denk je daarover?

TR: Ik denk dat veel verzamelingen startten om financiële redenen, en dit heeft niets te maken met investering of geld. Want het rendement is datgene dat je voor je ziet. Dus elke tien cent die ik over heb, bewaar ik voor kleine dingen als dit!

MD: Dank je wel voor het delen van je verhaal, Thomas!

KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 1
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 2
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 4
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 5
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 7
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 10
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 11
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 14
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 15
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 16
KIOSK interview Thomas Renwart Myrna Dambrosio 17