Mekhitar Garabedian
Young Man Blues

20.02.10  –  28.03.10

  • Armenia
  • Syria
  • Armenië
  • Syrië
  • neon
  • text work
  • language
  • taal
  • Photography
  • Mose Allison
  • Boris Mikhailov

Het werk van Mekhitar Garabedian (°1977, Aleppo, Syrië) kan beschouwd worden als een continue graaftocht naar zijn persoonlijke en complexe identiteit als immigrant, een onderzoek dat meteen ook het begrip ‘afkomst’ in het algemeen onder de loep neemt. Garabedian werd in Syrië geboren, maar heeft Armeense wortels: zijn familie ontvluchtte in 1915 de Armeense genocide en in 1981 de Libanese burgeroorlog door naar België te immigreren. Hij woont sinds zijn jeugd in België, maar draagt zijn verleden als tweede en derde generatie immigrant ontegensprekelijk met zich mee. De individuele herinnering aan zijn afkomst, beladen met statische beelden uit een ver verleden, tracht hij keer op keer weer te vertalen (vaak heel letterlijk) naar een voortdurend in beweging zijnde heden. Met behulp van tal van media zoals tekst, fotografie, klank, neon, publicatie, video en installatie kan dit individuele vertrekpunt zich op zijn beurt nestelen in een nieuw collectief verhaal.

Garabedians persoonlijke familiegeschiedenis kan dus vanuit een meer universeel standpunt bekeken worden, één waarin wij allen multiculturele mensen zijn, bestaande uit een onbeperkt aantal identiteiten. Garabedian verhaalt het perspectief van de ander (in onszelf): niet door ons te dwingen er voor open te staan, maar door ons uit te nodigen er zonder meer bij stil te staan.
Hij betrekt ons in zijn zoektocht naar het verbeelden van het idee van de identiteit, de taal, en het fysieke en mentale migreren doorheen plaatsen. Zo wordt evenzeer de interactie van het kunstwerk met de toeschouwer centraal gesteld.

De tentoonstelling, Young man blues, bestaat uit een intuïtieve assemblage van kunstwerken waarbij ieder werk op een specifiek moment in tijd en ruimte ontstaan is. Toch vormt het een bevattelijk geheel waarbij de kunstenaar meermaals door middel van zowel taal als symboliek uiting geeft aan de typische ‘thuisloosheid’ die we terugvinden bij de Armeense diaspora: het gevoel telkens te moeten kiezen tussen twee verschillende posities, maar er in realiteit nooit in slagen de afstand tussen beide plaatsen te overbruggen om zo werkelijk de rust vinden ergens te aarden.

Werken in de tentoonstelling:

De neoninstallatie, Young man blues, neon, vertelt ons het volgende: ‘A young man ain’t nothin’ in the world these days’, een zin uit het gelijknamige nummer van de jazz muzikant Mose Allison. Tegelijkertijd weerklinkt de stem van Garabedian zelf in een 94 minuten durende a capella. Onwillekeurig roept deze herinterpretatie een beeld op van een jongeman die naarmate de klankband vordert en het tempo alsmaar intenser wordt, steeds verder in zijn eigen gedachtegang verloren loopt –gestadig de toekomst tegemoet.

Verder werden nog twee tekstuele werken rechtstreeks op de muur neergeschreven:
Words, recollected
(February 2010) is een lijst van Armeense woorden in het Latijnse alfabet: het tastbare resultaat van een associatief denkspel, ontsproten uit Garabedians herinnering van de Armeense taal. In Fig. a, a comme alphabet (February 2010) lezen we het Armeense alfabet van ‘a’ tot ‘z’: een zorgvuldig opgelegde stijloefening, gebaseerd op een proces van constante conditionering. Dergelijk gebaar van het tekenen van muren met de Armeense taal krijgt een repetitief karakter binnen zijn praktijk, wat ons het idee geeft dat hier een angst voor het zomaar vergeten van zijn ‘moedertaal’ mee gepaard gaat. Of, wil hij hier misschien net het besef van ‘het taalgebruik’ op zich beschermen – als de taal die een vaak onderschatte, maar essentiële leidraad doorheen ieders leven weeft?

De publicatie, Yavreeges hokeet seerem, werpt een blik op de alledaagse ruimte rondom hem aan de hand van foto’s en filosofische citaten, een speelse combinatie van beeld en verbeelding, van wat een huis of thuis voorstellen kan, eender waar. Zo toont hij ons de intimiteit van zijn beslapen, nog warme bed, de herinnering aan een passant (want per toeval vastgelegd op foto), de beslotenheid van de nauwe gangen die hij daags doorloopt, of de donkerte van een bijna lege kleerkast.

Het geheel is ontstaan vanuit een secure selectie uit zijn beeldarchief en vertelt een boodschap die door het aanvangende citaat van Boris Mikhailov kernachtig samengevat kan worden. Deze handelt over het standpunt die de fotograaf dient in te nemen en het idee dat de kracht van het vastleggen van een eenvoudig, maar eerlijk beeld, sterker is dan het najagen van hét allergrootste gebaar.

Gifts, T-shirts is een installatie met reeds afgeleefde t-shirts die, net zoals May 2002 (calendars) en January 2001 (calendars), refereren naar de Armeense cultuur en zijn nationale kleuren. Het geheel heeft iets weg van een Armeense vlag die verkleurd en windstil aan het koord hangt. Als geschenk staan ze symbool voor een vanzelfsprekende liefde voor het land van herkomst, die middels het doorkruisen van de Amerikaanse kledingindustrie, Fruit of the loom, een tweede thuis vond in zijn kleerkast.

Tenslotte nog het kleine werkje Fig. dat er op zichzelf in slaagt een lege muur geheel te vullen. Deze door hem veelgebruikte eindnoot in publicaties vervult in deze ruimte de functie van een ‘start’noot voor het maken van nieuwe referenties. Het valt dus moeilijk te interpreteren naar waar hij hiermee juist verwijst, maar hoe maken we iets wat plaatsloos
is – zoals de ‘non-locatie’ van de identiteit van een vreemdeling – hoe dan ook noembaar? Dergelijke vraag kan enkel beantwoord worden met een stilte, of een lege muur. Dit maakt het verlangen voor de kunstenaar dit toch te verbeelden – en het verlangen voor de bezoeker open te staan voor deze verbeelding – misschien wel des te groter.

© beelden: Sander Buyck

001 KIOSK FOTO MEKHITAR GARABEDIAN 2
001 KIOSK FOTO MEKHITAR GARABEDIAN 1